Een bloedig Pasen

Een Bloedig PasenNina Pavlova

Moskou 2003
Oorspronkelijke titel: ‘Pascha krasnaja’
Nederlandse vertaling: Pieter Eggermont
Uitgeverij Iveron, Almere, 2005
372 bladzijden
ISBN 90-809426-1-8

Prijs: €15.00

Boekhandelkorting: € 4.00

Het boek is te bestellen: stichting.iveron@gmail.com

Dit boek gaat over christelijk martelaarschap in het Rusland van enkele jaren na de beëindiging van de Sovijet-onderdrukking, en over de rijke spiritualiteit van het hedendaagse Russische kloosterleven. In dit boek wordt ons de aangrijpende geschiedenis en de spirituele zoektocht verteld van drie jonge monniken van het klooster van Optina Poestyn, die in 1923 hun bloed voor Christus vergoten. Ze werden na de viering van Pasen vermoord, terwijl ze de klokken luidden om de Opstanding van Christus te verkondigen.

Recensie van vader Sergi Merks

In 2003 verscheen in Rusland het boek ‘Een bloedig Pasen’ van de hand van de schrijfster Nina Pavlova, dat onmiddellijk een landelijke bestseller werd.

In ‘Een bloedig Pasen’ staat de moord centraal op drie jonge monniken in het klooster van Optina Poestyn. Dit klooster, dat in 1987 heropend werd, is o.a. bekend geworden omdat Fjodor Dostojevski het beschreven heeft in zijn beroemde roman ‘De gebroeders Karamazov’. In de Paasnacht van 1993, na de Paasliturgie werden deze monniken op het kloosterterrein wreed ter dood gebracht door een antireligieuze fanaticus. De Russische titel van het boek luidt letterlijk: ‘Een rood Pasen’, wat zowel verwijst naar de bloedige moord als naar de liturgische kleur rood, die in de Russische Kerk gedurende de gehele Paastijd door de geestelijkheid tijdens de diensten wordt gedragen. Hiermee wordt tegelijk het onderliggende motief van het boek duidelijk. De orthodoxe Paasvreugde wordt hier gekoppeld aan het bloed van de jonge martelaren. Vaak wordt gezegd, dat de Kerk is gebouwd op het bloed der martelaren en ook hier zien we de schijnbaar zinloze dood van deze jonge monniken uitgroeien tot een nieuw symbool van de herrijzende Russische Kerk, vanwege de wonderbare gebeurtenissen die na hun dood plaatsvonden in de levens van de vele betrokkenen en tijdgenoten, die leidden tot hun geestelijke ommekeer en een ‘thuiskomst’ in de Russisch-Orthodoxe Kerk.

Het boek werd een groot succes, zowel in kerkelijke kring als daarbuiten. En in heel Rusland worden de drie vermoorde monniken inmiddels als ‘nieuwe martelaren’ betiteld en vereerd.

Het boek ontvouwt zich als een kaleidoscoop, waarin bepaalde facetten van deze tragische gebeurtenis in een steeds ander perspectief oplichten. Uit het boek, dat bestaat uit herinneringen, beschrijvingen, brieven, dagboeken, gedichten en gebeden van allen die direct, van dichtbij of zijdelings bij de gebeurtenissen betrokken waren, rijst een haarscherp beeld op van het leven in een orthodox klooster in de 21e eeuw; van het leven in de Russische ‘provincie’, van de ontwikkelingen in de nieuwe Russische maatschappij in relatie tot het nabije sovjetverleden, van de wederopstanding van de Russische Kerk en de moeilijkheden die zij daarbij op haar weg tegenkomt, en dit alles uitgekristalliseerd in de levens van de drie jonge monniken: Ferapont, Trofim en Vasily.

Deze drie bebaarde monniken staan model voor de uiterlijke en innerlijke omwentelingen die in korte tijd hebben plaatsgevonden in de Russische samenleving.

Vanaf hun in het boek gepubliceerde foto’s kijken ze ons aan, met een gelaatsuitdrukking die als het ware de tijdloosheid en de diepe, eeuwenoude spiritualiteit van de Russische Kerk personifiëert. Hun foto’s onderscheiden zich in niets van foto’s uit de negentiende eeuw of oude schilderijen van kerkelijke taferelen. Zo is er een foto van monnik Ferapont in de klokkentoren, waar hij zo lijkt weggelopen uit het schilderij van Nesterov ‘Tijdens het gelui der klokken’ uit 1895. Alsof het oude Optina Poestynj, dat in 1923 door de bolsjewieken werd gesloten, naadloos in het nieuwe Optina is overgegaan.

De klokkenluiders Ferapont en Trofim

Toch waren deze monniken enkele jaren daarvoor nog typisch kortgeknipte sovjetburgers, die hun hele jeugd binnen het sovjetsysteem hadden doorgebracht en puur atheïstisch waren opgevoed. Priestermonnik Vasily was zelfs een internationale sterspeler in het waterpoloteam van de Sovjetunie en een voorbeeld voor alle jonge pioniertjes en leden van de komsomol, de communistische jeugdbeweging. Totdat hij een kruisje om zijn hals begon te dragen en als gevolg daarvan niet meer naar het buitenland mocht en langzaam van het toneel verdween. Hoe kort is dat alles nog geleden. En welk een ironie van het lot, dat hij nu, na zijn dood als christelijke martelaar, opnieuw een landelijk voorbeeld is geworden, maar nu voor miljoenen orthodoxe gelovigen.

Zo wordt ‘Een bloedig Pasen’ tot een unieke kroniek van het Russische kerkelijke en maatschappelijke leven in het heden en het naaste verleden. Alle verhalen spelen zich af op het breukvlak van de omwenteling tijdens de jaren negentig van de vorige eeuw. Men ontmoet alle hoofdrolspelers in hun oude en in hun nieuwe wereld, men maakt zowel kennis met de troosteloze puinhopen van het oude Optinaklooster, overwoekerd door brandnetels en omringd door een vernietigde natuur, als met de in het zonlicht schitterende gouden koepels van de kerken van het herbouwde klooster, omgeven door een prachtig bos en bloeiende landerijen. Treffend is de discrepantie tussen het opbloeiende kloosterleven van de monniken en het leven van de ontredderde bevolking van het platteland in de omgeving en van het provinciestadje Kozelsk, of het leven van de dakloze straatkinderen die zich bij de oude kloostermuren verzamelen. Het is ook verbazend te lezen over een groepje aan drugs verslaafde jongeren die een bewusteloos geraakt meisje met gevaar voor eigen leven in alle haast over het dunne ijs van de rivier naar het klooster slepen, omdat ze meer vertrouwen hebben in het klooster dan in het ziekenhuis!

Dit laatste geeft al aan welke functie een orthodox klooster vervult binnen het maatschappelijke leven. Het orthodoxe kloosterleven is puur contemplatief, maar zijn spiritualiteit staat direct ten dienste van de medemens. Het klooster is een levendig spiritueel centrum, bestaande uit vele verschillende gebouwen, gastenverblijven, huisjes en kerken (in Optina zelfs negen), werkplaatsen en landerijen, altijd druk bevolkt met pelgrims en nieuwsgierigen, die de vele diensten bijwonen, de monniken om geestelijke of praktische raad vragen en tezamen met de monniken werken en bidden. Overal komen de mensen vandaan om hun ziel te laven aan de prachtige diensten en hun hart uit te storten bij de priestermonniken, die rond de diensten in de kerken de biecht horen. En dezelfde monnik die net in zijn cel duizenden malen voor de heilige iconen het Jezusgebed heeft gebeden met ontelbare diepe buigingen, zien we even later grapjes maken met de dakloze straatkinderen bij de kloosterpoort, die daar wat te eten krijgen. Zo loopt het leven binnen het klooster over in het leven daarbuiten en straalt het klooster zijn geestelijk licht uit over de wijde omgeving. Het boek besluit ook niet voor niets met de woorden van een bekende Russische priester: “Bidt voor de monniken, zij zijn de wortel aan de boom van ons leven. Hoe vaak men de boom ook probeert om te hakken, hij zal groen blijven voortbrengen zolang er nog één levenschenkende wortel in leven is!”

‘Een bloedig Pasen’ geeft een levendige beschrijving van dit kloosterleven, zowel van de dagelijkse gang van zaken als het typisch orthodoxe innerlijke leven van de monniken en de pelgrims. Er wordt voor ons een christelijk-geestelijke wereld ontsloten die het Westen volkomen vreemd is. De lezer wordt binnengeleid in een specifiek orthodoxe manier van denken en geloven, waarvan het bestaan in de 21e eeuw al niet meer te vermoeden viel, maar die zich momenteel, met een enorme kracht over het uitgestrekte Rusland aan het verspreiden is, getuige de enorme aantallen heropende kerken, kloosters en orthodox-geestelijke centra, zowel op het platteland als in de steden. Zelfs de ‘skyline’ van de Russische ‘provincie’ is in snel tempo aan het veranderen, door de overal opdoemende gouden en gekleurde koepeltjes van de herbouwde kerken en kloosters. Het verhaal over het klooster van Optina Poestinj is exemplarisch voor de wederopstanding van de Russische Kerk.

Mede gezien het centrale thema, laat het boek zich bijna lezen als een Dostojevskiaanse roman over de psychologie van het Russische volk in het nieuwe Rusland, zowel in zijn meest duistere facetten als in zijn lichtende spirituele schoonheid.

Dit boek is daarom niet alleen interessant voor gelovigen of geïnteresseerden in de Russische Kerk, maar ook een ‘must’ voor een ieder die meer over het huidige Rusland wil weten dan datgene wat ons via de vaak eenzijdige berichtgeving in de media bereikt. Het helpt ons de ogen te openen voor die andere Russische werkelijkheid waarvoor Westerse journalisten en ‘Ruslandkenners’ bijna geen oog hebben, maar die zich onherroepelijk begint op te dringen en die steeds meer mede bepalend wordt voor de richting die Rusland in de 21e eeuw zal inslaan.